Maradona's hand van God: het eeuwige trauma van Engeland
De mythe van 1986 bepaalt nog steeds de mentaliteit van de Three Lions – en blokkeert misschien Thomas Tuchel.

Diego Maradona's "Hand van God" in het Azteekse Stadion is meer dan een historisch doelpunt; het is het psychologische steunpunt dat de identiteit van het Engelse voetbal veertig jaar lang heeft vergiftigd en moderne strategen als Thomas Tuchel voor een onzichtbare muur heeft geplaatst. Op 22 juni 1986 ontmoetten Engeland en Argentinië elkaar in de kwartfinales van het WK. In de 51e minuut schreef Diego Maradona geschiedenis toen hij de bal met zijn hand in het doel duwde - een doelpunt dat de scheidsrechter herkende en dat de annalen inging als de "Hand van God".
Het ‘doelpunt van de eeuw’ viel amper vier minuten later, maar de illegale 1-0-voorsprong bezorgde het Engelse voetbal een schok die nooit helemaal genas. De 2-1 nederlaag betekende niet alleen het einde voor de ploeg van Bobby Robson, maar het begin van een obsessie met onrecht. Maradona sloeg niet alleen de bal in Mexico, hij sloopte ook een psychologisch fundament.













